My little pony

MODEDOKTER my little pony

#Modedokter  MY LITTLE PONY

Er staat een paard in mijn tuin!

Op een doordeweekse ochtend sta ik rustig mijn ochtendritueel op de badkamer te vervullen, wanneer ik ons zoontje Tazmin uitzinnig hoor schreeuwen in de keuken. Ik ga er direct op af en tref Tazmin dansend en springend in de keuken aan. Zo zeg ik, jij bent blij! Jaaaaa, reageert hij, Sinterklaas heeft een paard gegeven! Ik kijk hem vragend aan en hij wijst naar buiten. Als vanzelf volgen mijn ogen zijn vinger naar buiten toe. Even twee keer knipperen. Er staat iets in onze tuin. Ik ga dichter bij het raam staan en kijk nog een keer. Dat kleine mannetje heeft gelijk! Er staat een paard in onze tuin. Ik weet niet wat ik meemaak. Ok, na goed kijken is het geen paard, maar een zwarte Shetland pony, maar toch... Graag ga ik mee in het enthousiasme van de kleine Tazmin, al slaat mijn volwassenbrein direct op tilt. Wat moet dat beest hier, hoe komt dat beest hier en hoe kom ik er weer van af. Ik besluit het beestje van dichtbij te gaan inspecteren. Want om bij ons in de tuin te komen, moet je toch wel een beetje moeite doen met de struiken en het (lage) hekwerk rondom onze tuin. En niet te vergeten de grote beek die aan de achterzijde langs de tuin loopt.

What's my next step...

Snel heb ik mijn dikke jas van de kapstok gegrist. Tazmin leg ik rustig uit dat hij binnen achter het raam mag blijven kijken en ik vraag hem in de keuken te blijven, zodat ik hem doe het raam kan zien als ik buiten ben. Voor zover dit gesprek zin heeft, want Tazmin is al een naam voor het paard aan het bedenken en bakjes water klaar aan het zetten. Terwijl ik mijn hardloopschoenen die toevallig bij de achterdeur stonden aan wurm zonder de strik eruit te halen, zie ik in mijn ooghoek onze hond Dirk-Jandoor het kattenluik naar buiten schieten. O jee, de hond heeft de Shetland pony ook ontdekt. Dit had mijn volwassenbrein nog even niet ingecalculeerd. Met een rotvaart stuift de kleine kruising boerenfox met vlinderhond richting Shetlandpony. Als dat maar goed gaat. Als de pony schrikt en op hol slaat is de snelste weg de beek in en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Met een hardloopschoen aan mijn linkervoet en de rechterschoen half aan met een ingetrapte hak, gris ik een snee brood uit de broodzak die voor het ontbijt op tafel ligt. Met het brood wapperend in mijn hand roep ik Dirk-Jan. Hij bedenkt zich, maakt een ere rondje, bedenkt zich toch dat het paard leuker is en vlak voor het paard rent hij terug naar binnen met als beloning een snee brood. Eenmaal binnen grijp ik de hond en sluit ik hem op in de gang. Totaal onwennig, want de regel bij ons thuis is geen beesten in de gang en op de slaapkamers. Met hond en kind op hoop van zege onder controle, stap ik naar buiten richting Shetlandpony. Het beestje staat er vredig bij en geniet van het gras in ons veld. Ik mag behoorlijk dichtbij komen en kan hem zelfs aaien. Op het eerste gezicht kan ik geen wonden, mankheid of wat dan ook ontdekken. Dus de Shetlandpony is gezond. Ik kijk eens uit de achtertuin om me heen, waar dit beestje toch vandaan is gekomen. De buren zowel links een aantal huizen, als rechts een aantal huizen hebben geen paarden, voor zover bij mij bekend. Aan de overkant van de beek heb ik wel al regelmatig paarden zien staan. Maar ik kan me niet voorstellen dat een Shetlandpony over een beek heen springt. We spreken hier over een echte beek, dus snel een 2 meter breed en diep genoeg dat er flinke stroming in staat. Het verwonderd me enerzijds en ik wil van dit beestje af anderzijds. Het is een normale school- en werkdag en daarbij kan ik de verantwoordelijkheid over een logeer-paard niet dragen.

Dial 911

Tijd dat ik contact opneem met de Dierenambulance. Die hebben het druk, want het duurt behoorlijk lang, voordat ze bij de derde keer het nummer bellen, opnemen. De gehaaste dame aan de telefoon legt me kort en krachtig uit dat ik de politie moet bellen en geeft mij als tip bij de Shetlandpony uit de buurt te blijven, aangezien deze beestjes niet te vertrouwen zijn en buiten hun eigen habitat agressief kunnen worden. Fijn is dat, komt ze nu mee! Enfin, zo gezegd zo gedaan, ik bel de Politie. En de Politie zegt dat ik de Dierenambulance moet bellen. Mijn geduld is op! Ik ben een half uur verder, de klok tikt door, Tazmin moet naar school en ik wil geen aansprakelijkheid over een onbekend paard in mijn tuin. Dus de agente aan de telefoon leg ik het vuur aan de schenen. Met een beek aan de achterzijde, een loslopende hond en een onbekend paard, kan zij zelf wel invullen welke gevolgen dit kan hebben. Ze begrijpt me en overlegt kort met een collega. Vervolgens zet ze me in de wacht en verbind ze me door met de meldkamer “dier in nood” (never heart off). En dit duurt, en ik wacht, en het duurt nog langer. En ik krijg de agente van zojuist weer aan de telefoon. Tja, zegt ze, ze nemen niet op. Nu is mijn geduld helemaal op. Tazmin is officieel te laat voor school en we hebben nog niet ontbeten, lunchtrommeltjes gemaakt en laat staan dat ik make-up op mijn snuit heb of mijn haren geföhnt. Ik leg de agente uit dat ik aan mijn plicht als burger heb voldaan en ik wens haar veel succes. Ze heeft mijn telefoonnummer, dus het zal wel goed komen.

Ik heb nog niet opgehangen en de agente belt alweer terug. Of ik de hond vandaag wel even binnen wil houden. Weer een uitdaging erbij, want Dirk-Jan is gewend buiten te zijn. Hij kan via het kattenluik het washok induiken, zodat hij binnen wel een veilig plekje heeft. Maar over het algemeen is de hond altijd buiten. Snel verzin ik een constructie, zodat Dirk-Jan wel in het washok in zijn mandje kan liggen en niet door het kattenluik naar buiten kan. Het kattenluik wordt tijdelijk gebarricadeerd door de vuilniscontainer met een schuine schep ertegen voor de extra houvast.

Totaal overspannen stop ik om 8:50 uur met de auto voor het schoolplein. Te laat, maar wel met ontbijt nog in zijn handen en gesmeerde boterhammen met fruit in de lunchbox. En Tazmin zijn dag kan nu toch niet meer stuk, want hij heeft een paard. Ja, hoe ga ik hem na school uitleggen dat het paard er niet meer is. Misschien verstandig om mezelf alvast psychisch voor te bereiden op de dikke krokodillentranen. Ik race richting Venlo om ook aan mijn eigen werkdag te kunnen beginnen. Het laatste beetje make-up werk ik achter het stuur nog even bij. Op de zaak stap ik direct in de hectiek van de dag. Dat krijg je als je later begint dan de rest van het team. Tijdens de koffie laat ik de foto’s en het filmpje van de shetlandpony zien, want niemand gelooft me natuurlijk. En gedurende de dag vergeet ik eigenlijk dat we een paard in de tuin hebben (sorry). Totdat rond twee uur ‘smiddags mijn telefoon gaat. De dierenambulance staat in onze tuin met paard. Aan de hand van de chip die de Shetlandpony draagt, heeft de man van de Dierenambulance de rechtmatige eigenaar weten te achterhalen. Het paard heeft het klaarblijkelijk naar zijn zin in onze tuin, want veel aanstalten om terug naar huis te gaan, maakt hij niet, verteld de man. Daarbij heeft de Shetlandpony ook een aardige wandeling gemaakt om bij ons in de tuin uit te komen. Inclusief de straat oversteken en een wandeltocht langs de beek. Ik ben blij dat het beestje weer huiswaarts is gekeerd. Nu kan ik de hulptroepen inschakelen om onze hond te verlossen uit het washok. Ik ben benieuwd wat voor verassingen er in het washok nog voor mij zijn blijven liggen. Maar ja, dat is weer een zorg voor later.